woensdag 30 maart 2016

Tegenstelling

Automatisch-Handmatig
Het zilverwerk in de kathedraal van Sevilla
hangt zo hoog dat je voor het handmatig poetswerk
automatisch op de plek moet worden gebracht
foto ferrara

zondag 27 maart 2016

Zomertijd

wintertijd verstrijkt
de autoklok is weer een
halfjaar bij de tijd

zaterdag 26 maart 2016

Afgeluisterd

In het voorbijgaan

‘Pap, als iedereen nou Johan Cruijff als voorbeeld neemt, wordt dan niet alles hetzelfde?’

dinsdag 22 maart 2016

Tegenstelling

Zichtbaar-Onzichtbaar
in de biechtstoel
deze staat in Amarantes-Portugal
foto ferrara

zaterdag 19 maart 2016

Schrijfcursus

Opdracht:
Kruip in de huid van een puber en schrijf een innerlijke monoloog waarin de puber laat weten in welk milieu hij of zij opgroeit.


Milieu begint bij jezelf

Morgen komt er een journalist van de krant op school.
Hij wil jonge mensen interviewen om te kijken of er een aantoonbaar verband is tussen gedrag en milieu. Aan mij heeft hij niets. Ik doe altijd mijn best om de frisdrankblikjes in de blikvanger te gooien. Eerlijk gezegd stap ik niet van mijn fiets als ik misgooi. Ik weet niet beter of milieu bestaat uit natuur en vuilnis, maar volgens de mentor heeft het ook te maken met het nest waar je uitkomt. Hij denkt dat ik beter kan zeggen, het gezin waarin ik ben opgevoed. Opvoeden? Lachen man. Daar weten ze bij mij thuis weinig van. Voeden doen ze beter, met veel patat en frituurvet. De pizzakoerier kan de weg naar ons huis blind vinden.
Ik hoop niet dat de mentor denkt dat ik die gast van de krant aan de neus zal hangen uit welk, laat ik het woord maar gebruiken, milieu ik kom. Zonder de krant weten ze bij ons in de straat ook wel wie we zijn. Op de stoep staan drie autowrakken waar mijn vader onderdelen voor de handel heeft afgesloopt. De buurman die zijn beklag deed over overlast en de achteruitgang van de straat, durft na de scheldpartij van mijn pa nog nauwelijks op straat te komen.
Het kan mijn ouwe heer geen moer schelen dat de politie minstens twee keer in de week voor de deur staat omdat er weer een buurtgenoot heeft lopen zeiken.
Hij is wel zo wijs eerst een joint in zijn hoofd te steken. Wie niet sterk is moet slim zijn.
Pa is beide en dat weten die watjes in hun kekke uniformpjes maar al te goed. Ze denken dat de wietlucht van de peuk komt, maar als ze hun neusgaten beter durfden te gebruiken dan hadden ze de hennepplantage op zolder al lang ontdekt.
Ik hou mijn klep als die pennenlikker komt. Ik ga daar mijn eigen glazen een beetje ingooien. Zie je het voor je? Mijn vader, met minstens een half krat bier achter de knopen, lazert me van de trap als hij er achter komt. Mijn moeder hangt stijf van de antidepressiva aan zijn arm.
‘Doe nou niet Sjaak, het joch kan toch niet helpen dat de leraren vinden dat hij mee moet werken aan dat onderzoek.’
Nee, daar gaat deze jongen zijn hachje niet aan wagen. Als ik mijn moeder was geweest had ik met zo’n vent in huis al lang de kuierlatten genomen, maar zij is doodsbang voor zijn losse handen. Soms denk ik wel eens, als de zuipschuit met zijn lamme lijf haar weer eens een blauw oog heeft geslagen, om hem aan te geven, maar voorlopig hou ik me gedeisd want die aso betaalt wel mijn schoolgeld.
Ik ben steevast van plan het anders aan te pakken dan mijn broer die te beroerd was om zijn school af te maken. Hij dacht met een ramkraak stinkend rijk te worden en in een ver land op zijn luie kont te kunnen zitten. De loser kwam niet verder dan de provinciegrens, daar heeft de politie hem klem gereden. Hij zit minstens vijf jaar in de bajes zakjes te plakken. Denk maar niet dat je daar rijk van wordt.
Dan heb ik het slimmer aangepakt. Ik zou me lelijk in de vingers snijden als ik mijn pa zou verlinken met zijn hennepplantage. Het knippen van de plantjes levert me extra zakgeld op en dat zet ik op de bank. Slechte pad? Ik niet. Ik knip alleen maar. Pa tapt illegaal stroom af en handelt in die rommel, daar brand ik mijn vingers niet aan. Op school zou ik makkelijk een handeltje kunnen beginnen, maar als ze me snappen kan ik het schudden, een schorsing of nog erger verwijdering van school, heb je zo aan je broek.
Ik ben van plan mijn diploma te halen en hard te werken om groot te worden in de zakenwereld of in de muziek. Over een paar jaar zal ik mijn milieu eens een poepje laten ruiken.
Kijk naar Frans Bauer, die komt uit het woonwagenkamp, zingt de sterren van de hemel en verdient goud geld. ’t Is niet mijn smaak, ik zou liever rappen net als mazzelpik Ali B. die gozer trekt volle zalen en maar lullen bij de Wereld Draait Door.
Wat Royke Donders uithaalt vind ik echt te gaaf, die gast bokst het voor elkaar dat half Nederland in een juichpak zit en die lui hebben niet eens in de gaten dat hij de centen opstrijkt. Wat die jongens kunnen, kan ik ook bereiken, toch?
Deze jongen gaat het helemaal maken. Als ik binnen ben gelopen bied ik die journalist een ritje aan in mijn BMW-cabrio. Kicken man.

woensdag 16 maart 2016

Een kist vol knikkers

Ik zie het gele maggiblik met rode letters nog staan in de bijkeuken naast de schoenpoetsdoos. Het zit boordevol knikkers in allerlei soorten en maten. Allemaal eigendom van mijn vier jaar oudere broer, die zeer bedreven is in het knikkerspel.
Ikzelf heb een minder gelukkige hand. Mijn bescheiden voorraad zit in een gebreide knikkerzak, die voor de helft is gevuld met minder waardevol spul. Kleiknikkers en kleine mixies, een enkele stuiter, daarmee houdt het wel op. Op een dag besluit ik stiekem een greep in het maggiblik te doen. Aan een boom zo vol geladen … in dit geval een blik, ach wie mist er een handvol klein grut. Ik ben wel zo slim de grotere exemplaren en bommen ongemoeid te laten. Steevast van plan mijn schuld af te lossen, vertrek ik met een vollere knikkerzak naar school, waar ik de gejatte voorraad en nog meer verlies. De volgende dag doe ik een hernieuwde greep in het maggiblik en de dag daarop weer. Het is de laatste.
Mijn broer ontdekt dat zijn voorraad is geslonken terwijl hij de laatste dagen niet heeft geknikkerd. Meer broers en zussen dan wij twee zijn er niet dus is de dader snel gevonden. Razend, in niet mis te verstane woorden, eist hij zijn knikkers terug. Huilend biecht ik op dat ik ze allemaal heb verspeeld.
Ongevoelig voor mijn tranen veegt mijn moeder mij de kast uit. Klip-en-klaar maakt ze duidelijk dat ik ordinair heb gestolen en voor die misstap zal ik zwaar worden gestraft.
Ik moet de schuld aflossen en ervoor zorgen dat de inhoud van het maggiblik weer op het oude niveau komt.
Een onmogelijke opdracht voor iemand die niet goed kan knikkeren en bijna nooit met meer thuiskomt dan ze wegging. Het laat zich raden dat ik de schuld bij lange na niet heb afgelost.

Als ik het kistje met de voorraad knikkers, die ik ooit voor de kleinkinderen kocht, naast de knikkertegel in de schuur zie liggen, dringt deze jeugdzonde zich weer aan mij op en hoor ik mezelf roepen; ‘Drie maal op de zesde’. Wie kent die kreet nog?

foto internet

dinsdag 15 maart 2016

Tegenstelling

Aan-Uit
Heusden
foto ferrara

vrijdag 11 maart 2016

Op en Rond de Deur

Toepasselijke namen
klik voor het blog op de deurklink rechts op deze pagina
of: http://ferrara-openronddedeur.blogspot.nl/

donderdag 10 maart 2016

Gastblog

Vandaag plaats ik weer een gedicht van Grietje Holthuis.
Wij leerden elkaar kennen tijdens een schrijfcursus.
Grietje koos voor poëzie.
Ik geef haar graag een podium.

Droom

Ik droomde en zag
in het donker
een klein bang kind,
verdwaald
in een boze wereld.
Niemand
die het beschermt.

Ik werd wakker,
het donker bleef.  
Ik tastte rond.
Wist niet meer
waar mijn moeder
ophield met bestaan
en waar ik begon.

dinsdag 8 maart 2016

Tegenstelling

Lang-Kort
Noorder Dierenpark Emmen
foto ferrara

donderdag 3 maart 2016

Schrijfcursus

Dit keer moesten we een zijweg inslaan, zonder de inhoud van het verhaal uit het oog te verliezen.
Gegeven: Een man voelt zich eenzaam. Hij staat op een brug en staart in het water. Hij vraagt zich af of hij niet beter zelfmoord kan plegen. Een voorbijganger vraagt of het goed met hem gaat. De man knikt en loopt door naar huis.
Zijweg: (foto) Een vlucht musjes op een hek, waarvan er eentje wat apart zit. Probeer dit beeld te koppelen aan de inhoud van je verhaal.
In onderstaand verhaal zijn enkele zinnen, na beoordeling, enigszins herschreven.

Concerto Grosso

Iedere dag begint voor Gerard, rentenierend ondernemer, in grijstinten. Helder licht en zon dringen amper tot hem door. Vandaag valt de regen gestaag uit een grauwe lucht. 
Het weertype maakt hem nog neerslachtiger dan hij al is.
Toch besluit hij zijn dagelijkse wandeling te maken. Op de brug over de gracht in het stadspark staat hij stil. Peinzend kijkt hij naar de kringen in het water die door de regen ontstaan. 
Hij voelt hoe zijn kleren doorweekt raken. Jeanine zou hem een wandeling met dit weer hebben afgeraden of ze zou hem gezegd hebben een andere jas aan te doen.
Jeanine die over hem waakte. Zijn kleding uitzocht en hem zodoende voor wonderlijke combinaties behoedde. Ze hield hem in de luwte als de drukte in het gezinsleven hem te veel werd. Hoe ze hem de rust van zijn studeerkamer gunde.
Ze overleed een jaar geleden aan de gevolgen van een herseninfarct. Hij mist haar met elke vezel in zijn lijf. Starend in het donkere water vraagt hij zich af of een sprong van de brug de oplossing zal zijn voor zijn schrale bestaan. Hij stelt zich voor hoe zijn lichaam het wateroppervlak raakt en hoe snel het water zich boven zijn hoofd zal sluiten. Hij schrikt van zijn sombere gedachten. Is hij echt zo depressief en wanhopig? Zelfmoord … Zou hij dat durven? Jeanine zou het een laffe daad vinden.

‘Mooi hè, die regendruppels en de kringen die ze geven in het gladde oppervlak.
Niets zo fascinerend als water.’

Gerard schrikt op. Hij heeft niet gemerkt dat er een jonge vrouw naast hem is komen staan. Hij kijkt in een  paar helder blauwe ogen. Vanonder haar capuchon glimlacht ze naar hem.
Ze doet Gerard denken aan zijn kleindochter. Hoe lang heeft hij haar al niet gezien?
De jonge vrouw buigt zich voorover. ‘Gaat het goed met U?’ Absoluut niet in de stemming voor een gesprek, maakt hij zich met een korte groet uit de voeten.

Thuis zet hij de cd met Jeanine’s lievelingsmuziek op repeat. Hij schenkt zich een borrel in en zakt in een stoel die uitzicht geeft op de tuin.
Terwijl de Lente uit Vivaldi’s Vier Jaargetijden de kamer vult, kijkt Gerard naar een groep kwetterende mussen die op het tuinhek is neergestreken. Eén mus zit apart op een hoger paaltje. Het beeld doet hem denken aan de drukke jaren van hun huwelijk. De vier kinderen hadden altijd vrienden en vriendinnen in hun kielzog.
In huize Van Bergen was het een komen en gaan van jonge mensen. Dat was begonnen op de kleuterschool en duurde tot ver in ieders studententijd.
Natuurlijk was hij begaan met het reilen en zeilen van zijn gezin, hij was zeker geen slechte vader geweest. Maar als het even kon onttrok Gerard zich aan de drukte rond de grote keukentafel, waar de kinderen met hun aanhang een wedstrijd deden in gevatheid en beter weten. Wat betreft het gezin was zijn probleemoplossend vermogen nou eenmaal minder diplomatiek dan dat van zijn reddende engel.
Het ene musje doet hem denken aan Jeanine, die als een dirigent op de bok stond.
Zij dirigeerde haar orkest, inclusief gastspelers, met milde en waar nodig, straffe hand.
Hun oudste zoon Peter zorgde voor de meeste valse noten. De schorsing van de HAVO wegens veelvuldig spijbelen, staat Gerard nog scherp voor de geest. Woedend was hij geweest. Een kind van hem dat zijn verantwoording niet nam.
Jeanine had met begrip en overreding die bladzij omgedraaid en zoonlief een schone lei aangeboden. Jammer genoeg had Peter die lei in rap tempo volgekrast met drank, drugs en andere uitspattingen tijdens zijn HBO-opleiding techniek.
Zijn moeder heeft daar meer verdriet van gehad dan ze hem heeft laten merken. Gerard kan er weer boos om worden.
Uiteindelijk kwam dit kind tot inzicht en studeerde af als ingenieur. Maar voor het zo ver was had het heel wat slapeloze nachten gekost. Het geld voor de afkickkliniek was een peulenschilletje vergeleken bij de zorgen die ze hadden.
Ook hun jongste Stella, viel uit de toon. Stella trouwde jong met haar jeugdliefde en samen begonnen ze aan een studie medicijnen. Groot was de paniek toen Stella, vlak voor haar afstuderen, zwanger bleek te zijn.
Gerard begreep niets van zoveel onverstand bij zijn dochter en schoonzoon, maar Jeanine sprong in en zorgde ervoor dat Stella een onbezorgde kraamtijd had. Met een korte onderbreking haalde ze alsnog haar bul. Van het feit dat dochter en schoonzoon een bloeiende huisartsenpraktijk hebben, heeft Jeanine gelukkig nog lang kunnen genieten.
Over de tweeling Frank en Boudewijn hebben ze zich nooit zorgen hoeven maken. Die twee blazen met hun draagbare ontwerpen een flinke partij mee in de modewereld. Jeanine, met haar verfijnde smaak, had daar menig prachtig kledingstuk aan overgehouden. Zelfs haar laatste jurk is door hun jongens ontworpen. Zij bezorgden hun moeder een stijlvolle uitvaart.
Even ziet hij de mussen op het hek vervagen.

De telefoon haalt Gerard uit zijn overpeinzing. ‘Met Van Bergen.’
‘Hallo Opa, met Claire.’ De vrolijke stem van zijn kleindochter, die harpiste is geworden, zingt in zijn oor. ‘Volgende week speelt het Orkest van het Oosten in het Muziektheater in Nijmegen de Pastorale van Beethoven. Oma’s favoriete symfonie. Ik heb een kaart voor je gereserveerd, Mama gaat met je mee. Kom je?’

Buiten heeft de bejaarde kater Amadeus bezit genomen van de tuin. De mussen zoeken paniekerig een veilig heen komen. Weer wordt het beeld wazig …
‘Opa, hoor je me? Kom je?’
‘Natuurlijk kom ik Claire, graag zelfs. Laat Mama de logeerkamer maar klaar maken.’
Er kiert een streepje zonlicht door het grijze wolkendek.
Op de achtergrond maakt de Winter opnieuw plaats voor de Lente.

dinsdag 1 maart 2016

Tegenstelling

Zwart-Wit
Dokkum
foto huisarchief