zondag 30 november 2014

Kriebelen

Mijn woord voor de WE-300 voor november is kriebelen.
Schrijf in 300 woorden een verhaal over kriebelen zonder het woord te noemen.

Het Schrijvertje

Plato denkt dat ik daar, samen met mijn twee zandvlooien Miet en Griet, wel iets van weet te bakken. Maar wat Plato zich niet realiseert is dat die dames in een winterresidentie op Texel zitten. Ik ga ze daar niet storen in hun welverdiende rust.
Nee, beter kan ik vertellen van het schrijvertje dat onder mijn schedeldak huist en mij geen dag met rust laat. Ze krabbelt voortdurend aan mijn hersencellen, ze drenst in mijn oren,
zij prikkelt mijn ogen. Op elke locatie waar ik me bevind peutert ze aan de schrijfader.
In de supermarkt, bij de kassa, kijk ik rond of er niets voorvalt waar ik mijn lust tot schrijven op kan loslaten.
Zit ik in de trein, word ik door schrijvertje geprikkeld een gesprek af te luisteren. Snel krabbel ik wat trefwoorden in mijn notitieboekje zodat ik er thuis een verhaaltje van kan friemelen.
Vandaag schuift ze onder mijn huid en bezorgt me enorme jeuk. Ik kan er niet tegen krabben. Er verschijnt een bobbel op mijn hoofd. Het schrijvertje treitert: ‘Dat is je schrijfknobbel, krab hem open en laat de woorden stromen, ga die uitdaging over dat ene woord aan, laat je niet kennen, bedenk iets’.
Zo kritselt en kratselt ze rond in mijn hoofd, ze schuurt en schaaft aan de zinnen die ik van haar moet opschrijven. Als ik protesteer en een excuus zoek om haar niet van dienst te zijn, jammert ze meelijkwekkend en smeekt om mijn aandacht: ‘Dat strijkgoed ligt er morgen ook nog.’ Ze bespeelt me net zo lang dat ik toch weer achter de pc ga zitten en één en ander uitwerk van wat zij mij influistert. Ze goochelt met punten, komma’s en uitroeptekens, ze roept me toe: ‘schrijven is schrappen, kill your darlings’.
Volgende maand, graag een nieuwe WE-300.

zaterdag 29 november 2014

Een zakelijke map

vernietigen van
oud zakelijk verkeer geeft
ruimte in de kast

dinsdag 25 november 2014

Tegenstelling

Zwart-Wit
Opera Boedapest
foto ferrara

zondag 23 november 2014

Miet en Griet 23

Griet neemt de leiding

In de zandkuil van Miet en Griet hangt een sombere sfeer. Het droevige bericht dat Twan heeft overgebracht is de zusters niet in de kouwe kleren gaan zitten. Miet is aan het eind van haar emotionele krachten en ligt de meeste tijd in bed onder haar ingelijste racepakje.
Natuurlijk is het verdrietig dat het vlooiencircus samen met zijn artiesten zo triest aan zijn einde is gekomen, maar diep in haar hart is Griet er niet rouwig om dat voor haar zuster de weg naar een leven als motordiva is afgesloten. Griet kijkt wel uit dat ze zich daarover uitlaat. Voorlopig heeft Miet tijd nodig om te treuren om Luigi en haar carrière die niet van de grond is gekomen.
Griet doet haar best het Miet zo goed mogelijk naar de zin te maken. Ze reddert de hele dag, kookt, maakt thee en houdt het zandkuiltje op orde. Kortom de rollen lijken omgedraaid. Terwijl Miet haar middagdutje doet neemt Griet met Twan de afgelopen avontuurlijke zomer door. Ze begint haar relaas met de reis op het houtvlot om de soep van Sjef Kokkel in IJmuiden te krijgen. Daarna volgt, op het cruiseschip, het casinoavontuur dat ze amper overleven. De vriendschap die ze met Twan sluiten en de uitjes die hij ze heeft bezorgd. ‘Het bezoek aan de kaasmarkt zal ik nooit vergeten’, zegt Griet. ‘En dat jouw Tante Wanda de moeite heeft genomen om ons te vertellen dat je zwaar gewond in de vogelopvang lag, heb ik erg gewaardeerd.’
Griet vervolgt haar opsomming met de louche praktijken in het kasje van Sjef en de bedreiging waar Miet getuige van is geweest. Maar het ergst van alles vindt ze de overheersende wens van Miet om naar de Zwarte Cross te gaan.
‘In wezen plukken we daar nog de zure druiven van. Als we niet in de caravan van Josje en Wim waren gestapt hadden we de zomer minder turbulent afgesloten.’

‘Als de hemel valt, valt er voor meeuwen niet meer te vliegen. Het heeft geen zin er op deze manier tegenaan te kijken. Het is gebeurd en jullie moeten zien daarmee in het reine te komen. Ga mee naar Texel om rustig te overwinteren, daar kun je ook aan de voet van een vuurtoren wonen.’

Griet veert op. ’Daar zeg je wat Twan, in het reine komen. Daar moeten we keihard aan werken de komende weken zodat we in 2015 een frisse start kunnen maken. Misschien wel goed om dat in een andere omgeving te doen. Ik heb het hier in Egmond wel even gehad.
Rust, reinheid en regelmaat, daar draait het deze winter om. Texel here we come,’
Twan gelooft zijn oren niet. Griet die de hakken niet in het zand zet, maar onverschrokken de leiding neemt, dat is de afgelopen maanden niet vertoond. Miet moet er wel beroerd aan toe zijn.  Alsof Griet zijn gedachten heeft geraden zegt ze. ’Miet heeft niets te willen, dit keer neem ik de belangrijke besluiten. Laat me weten wanneer je wilt afreizen, ik zal zorgen dat we klaar zijn voor vertrek.’

Vanmorgen is het trio afgevlogen naar Den Helder, waar Twan op de reling van de veerboot is neergestreken, dat scheelt vlieguren en kost minder energie.

Ze hebben er geen weet van, maar vanaf de kade zwaai ik ze uit. Voorlopig laat ik de dames tot rust komen. Ze hebben het verdiend.

Ik neem even M&G pauze, best lastig om telkens een nieuw avontuur te bedenken.

donderdag 20 november 2014

Dag Huis

Dag huis aan het kanaal waar ik geboren ben, je staat er nog steeds. Qua omvang aan de buitenkant zie je er nog hetzelfde uit met dat puntdakje, een klein raam aan de voorkant en de deur opzij. Binnen zal je zijn aangepast aan de eisen des tijds.
Ik heb vage herinneringen aan je of zijn het de verhalen die ik over je heb gehoord?

Dag huis in de nieuwe straat waar ik mijn prille jeugd doorbracht. Jij werd gebouwd tijdens de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. De straat bestond uit blokken met zeven woningen op een rij. Jij was nummer 7 en de laatste in de rij van het blok aan het begin van de straat.
De kamer was ingericht met moderne rotan stoeltjes en een ronde eettafel met vier stoelen in windsor stijl. De stoelen hadden een opengewerkt motief tussen de spijlen van de rugleuning, ze bleken oersterk. Je had een, voor die tijd, luxe granieten lavet met alleen koud stromend water. ’s Winters stond op vrijdagavond de zinken teil voor de wekelijkse badbeurt in de kamer voor de zwarte kachel.
Ik zat op jouw trap te huilen toen ik er één dag lagere school had opzitten.
Mijn moeder dacht dat ik weer eens protesteerde tegen het feit dat ik eerder naar bed moest dan mijn vier jaar oudere broer. Dit keer was er iets anders. Ik was bang dat ik niet zou overgaan, zo zwaar was me die eerste dag gevallen.
Je kunt niet meer vertellen over het bed waarin ik, geveld door geelzucht, als een prinses op de erwt voor het grote raam in de kamer lag. Ik sleet mijn dagen met een stapel Donald Ducks, Gouden Boekjes en mijn poppen. De kinderen uit de buurt kwamen voor het raam gedag zeggen. Ik genoot van alle aandacht.
Je bent verdwenen, jij en je soortgenoten voldeden niet meer. Je hele straat werd afgebroken en nu staan er weer nieuwe huizen op een rij, allemaal van alle gemakken voorzien.

Dag alleenstaand huis met je erker en het balkonnetje daarboven. Je grote zolderkamer waar ik visnetten ophing en als het koud was met sokken aan en kruik naar bed ging.
Je was eigendom van mijn oom en wij mochten er tegen een lage huurprijs in wonen. Dat was aardig van hem want mijn moeder moest van een klein loontje haar twee kinderen zien groot te brengen. In jou beleefde ik mijn puberteit.
De rotanstoeltjes stonden in jouw voorkamer waar we weinig kwamen omdat twee kolenkachels stoken veel te duur was. Daarbij haalde je aan die rotstoeltjes je nylonkousen open. In de achterkamer was het knus met de diepe fauteuils die we geërfd hadden.
Ze stonden bij de oude kachel die was mee verhuisd.  
Bij jou verschenen, als het vroor, de bloemen op de ramen en moesten we ’s avonds de waterleiding afsluiten om de volgende dag gewassen naar school te kunnen. De gasbel in Slochteren moest nog worden aangeboord, met  de gashaarden die toen kwamen waren we eindelijk verlost van het sjouwen met kolen en het ’s morgens opporren van het smeulende vuurtje.   
Aan de eettafel speelden we menig partijtje scrabble waarbij ik vaak aan de verliezende hand was. Op jouw stoep kreeg ik de eerste zoen van mijn eerste vriendje en zat ik te wachten tot ik werd binnengelaten, want de achterdeur zat al op slot. Ik had me niet aan het tijdstip van thuiskomen gehouden
Jouw uiterlijk herken ik nauwelijks nog. Toen mijn oudste neef wilde trouwen moest mijn moeder, die inmiddels samen met jou het rijk alleen had, het veld ruimen. Neef brak je van binnen bijna tot de grond toe af en ook je buitenkant werd grondig onder handen genomen.
Ik ben nooit naar je binnenste gaan kijken, ik vond neef toch al niet zo aardig en dat hij de oorzaak was van moeders gedwongen verhuizing, nam ik hem niet in dank af. Moeder dacht er anders over en achteraf begrijp ik het wel. Je was te groot en veel te bewerkelijk voor een vrouw alleen. Met hulp van haar broer kreeg moeder een ander huis toegewezen. Dat kon hij makkelijk regelen want hij was bestuurslid van een woningbouwvereniging. In het belang van zijn zoon moest iemand anders op de wachtlijst wijken.

Ach, warme comfortabele tussenwoning aan het plantsoen, met uitzicht op een vijver en een prachtige treurwilg. Een tuintje voor en achter, wat was moeder tevreden met je.
Eenmaal ingericht met het vertrouwde meubilair, gelukkig zonder de rotanstoeltjes, was het ook in jou goed toeven.
Ik woonde er wel niet, maar kwam graag een paar dagen ‘thuis’ als ik vrij was van mijn werk.
De oude eettafel bood zicht op een wild achtertuintje waar moeder de varens, de akelei en de digitalis rustig hun gang liet gaan. Ik verloor nog altijd de meeste potjes scrabble die we tot diep in de nacht speelden.
Aan jouw uiterlijk is niets veranderd de afgelopen jaren, helaas kreeg je een andere bewoner.

Schrijfcursus opdracht: beschrijf een voorval uit je leven en laat daarbij een huis, waar je hebt gewoond, een rol spelen. Ik koos voor bovenstaande opzet.

dinsdag 18 november 2014

Tegenstelling

Ja-Nee
foto ferrara

Verbinding verbroken

Alweer een week geleden dat ik voor het laatst een berichtje plaatste. De tijd gaat snel, helemaal als de router het ook nog eens begeeft. Pal voor het weekend natuurlijk.
Eerst denk je nog, geen ramp, er is meer in dit leven dan internet, bloggen en reageren. 
Het is weekend, een verjaardag te vieren, bezoek over de vloer, kortom druk genoeg met andere zaken 
Maar zo werkt het toch niet, want tussen de bedrijven door is het raar om niet even de mail te checken en niet te kunnen reageren bij medebloggers. Mijn wekelijkse bijdrage aan de tegenstelling kan ik niet kwijt, terwijl dat een vast maandagritueel is. Ik had het nooit verwacht, maar ik voel me afgesloten van een wereld waar ik onderdeel van ben geworden.
Ik sta aan de rand van de zandbak en kan niet meespelen. Vanmiddag wordt de nieuwe router afgeleverd en brengt echtgenoot de internetwereld weer op gang. Alles werkt als vanouds. 
Aan de slag!

dinsdag 11 november 2014

Sint Maarten

plaatje internet

Op
elf november
zak onaangeroerd snoepgoed
Sint Maarten is niet
meer

Tegenstelling

Woest-Kalm
in de buurt van Neustrelitz-Duitsland
foto ferrara

maandag 10 november 2014

Miet en Griet 22

Fatale afloop

Twan zet zijn verdrietige vrachtje af aan de voet van de vuurtoren. Hij wacht tot Miet in het zandkuiltje is verdwenen. Voor nu houdt zijn bemoeienis even op, de zusters moeten eerst maar met elkaar in het reine komen, hij zal morgen wel kijken hoe het ze vergaat. Twan zoekt zich een overnachtingsplekje op de boulevard. Terug naar de stad om Luigi de oren te wassen is geen optie, stel je voor dat de Italiaan spijt krijgt van zijn daden en het vuurtje bij Miet aanwakkert. Hij zou het niet op zijn geweten willen hebben. Nee, beter de situatie maar te laten zoals hij is. Komt tijd, komt raad.

In de zandkuil schuift Miet omzichtig naar haar zuster, die zwijgzaam aan tafel zit.
‘Kan ik het goedmaken, Griet? Ik wil niet dat deze affaire tussen ons in blijft staan. Ik zal tijd nodig hebben om de teleurstelling te verwerken, maar ik geloof wel dat jullie gelijk hebben. Het kan nooit iets worden tussen Luigi en mij. Ik moet daar zelf achterkomen, zo werken die dingen nou eenmaal.’

‘Miet, ik begrijp niet dat jij je hoofd zo op hol laat brengen, waar zit je verstand? Als het nou een aardige vent was geweest die het goed met je meende, had ik me er misschien wel bij kunnen neerleggen, maar zo ruw hij je omver stootte en geen poot naar je uitstak. Het was niet om aan te zien.’

‘Zout in de wonden, Griet daar help je me niet mee. Ik snap best dat je me niet meteen vergeeft, maar oprakelen heeft geen zin. Ik ga naar bed, morgen praten we verder. Ik ben doodmoe van alle emoties.’

Ondertussen speelt zich in de stad een ander drama af. Freek Ekster heeft het gehavende vlooiencircus op zijn rug gehesen en de drie artiesten hebben zich een plekje tussen zijn nekveren gezocht.  Door het gewicht van het circus moet hij een lange aanloop nemen om op te stijgen. Waarom Freek het betonnen rustbankje op het plein niet zag, zal eeuwig een raadsel blijven. Hij vliegt zich te pletter op de rugleuning en stort, inclusief zijn vracht, met een gebroken nek ter aarde. Ook zijn passagiers overleven de botsing niet.
Chiel, één van Twans maten, ziet het ongeluk gebeuren. Hij is er ook getuige van dat de heren van de gemeentereiniging kort daarna het voormalige kermisgebied tot in alle hoeken schoonspuiten. Freek wordt opgeveegd en verdwijnt zonder enig respect in hun vuilniswagentje. Geen laatste applaus, slechts een roemloos einde van het Achterhoekse vlooiencircus.
‘Ik ga maar vast naar De Vlaming’, mompelt Chiel. ‘Als Twan komt kan hij rechtsomkeert naar Egmond, iemand moet die dames daar vertellen wat er is gebeurd. Twan heeft zijn vlerken mooi vol aan dat stel.’

dinsdag 4 november 2014

Schaalvergroting

schaalvergroting leidt
niet altijd tot succesvol
ondernemerschap

Tegenstelling

Mild-Pittig
foto ferrara

zondag 2 november 2014

Miet en Griet 21

Liefde maakt blind

Twan en Griet vliegen zwijgend naar Egmond. Pas als ze aan de voet van de vuurtoren zitten raken ze in gesprek.
Griet deelt haar zorgen over het gedrag van Miet met de zeemeeuw. Zó kent ze haar zuster niet, die moet tot over haar oren verliefd zijn op Luigi. Ze lijkt alle schepen achter zich te willen verbranden om met haar Italiaan op tournee te kunnen gaan. 
Griet begrijpt er niets van.
‘Dat Miet van avontuur houdt en af en toe buiten de lijntjes wil opereren weten we zo onderhand wel, dat ze daar niet altijd open over is vergeef ik haar, maar zo ver als ze nu bereid is te gaan, wil er bij mij niet in. Zou ze aan die vingerplanten van Sjef gesnuffeld hebben? Zou ze het daarom niet helder meer zien?’
Twan gelooft zijn oren niet bij de suggestie van Griet. Hij schudt zijn kop. ‘Je kunt me veel wijs maken, maar Miet en hasj daar kan ik me niets bij voorstellen, daar acht ik haar veel te verstandig voor.’
‘Nou je ziet waar haar verstand zit op het ogenblik, in elk geval niet onder haar schedeldakje.
Volgens mij regeert daar Koning Onbenul. Doe me een lol Twan en ga terug naar de stad. Fred heeft wel beloofd een oogje in het zeil te houden, maar hij is geen haar beter dan de rest van dat vlooiencircus en Bertus heeft alleen belang bij de wederopbouw, die zit heus niet op Miet te wachten.’

In de stad is Bertus samen met zijn racers bezig het circus af te breken. Luigi, die tegen een stootje kan, lijkt weer helemaal de oude. Freek pikt in de kuip de hagelstenen stuk, in de hoop dat ze sneller zullen smelten. Miet zit in alle eenzaamheid bij de kassa.
Twan scharrelt voorzichtig in haar blikveld, als ze hem ziet stapt ze opgelucht op hem af.
‘Sorry, kerel dat ik zo tegen je tekeer ging. Freek heeft gelijk, je hebt mijn uitval niet verdiend. Blijven we vrienden? Hoe is het met Griet, is ze erg boos?’
Twan windt er geen doekjes om en doet eerlijk verslag van zijn gesprek met Griet.
‘Denkt ze echt dat ik aan de hasj heb gezeten? Kent ze me zo slecht?’
‘Eerlijk blijven Miet, je vertoont de laatste dagen gedrag dat zij en ik in geen geval begrijpen.’
Miet schuifelt ongemakkelijk heen en weer. ‘Luigi heeft nog geen woord tegen me gezegd. Hij schaamt zich natuurlijk voor zijn gedrag.’

‘Kom op Miet waar zit je zelfrespect, je gaat toch niets slaafs zitten wachten tot het meneer behaagt het woord tot je te richten? Hij had direct zijn excuses moeten maken, maar blijkbaar komt dat niet in hem op. Je moet hem laten zien dat je niet met je laat sollen, pas dan zal hij waardering voor je krijgen. Ga naar huis en laat die vlo in zijn sop gaar koken. Je kunt ongezien vertrekken. Ze zijn allemaal veel te druk met hun circus. Het klinkt hard, maar ze zijn jou al lang vergeten. Kijk of ze morgen de moeite nemen in Egmond langs te komen, Freek kent de weg dus zo moeilijk is het niet. Als ze niet opduiken doe je er verstandig aan Luigi en zijn circus zo snel mogelijk te vergeten.’

Diep in haar hart weet Miet dat Twan gelijk heeft, maar vertrekken voelt als een nederlaag. Aarzelend kruipt ze tussen zijn nekveren en de meeuw zet meteen de thuisvlucht in.
Hij cirkelt met opzet over de kuip. Bertus ziet ze gaan en zwaait vrolijk met een stuk tentzeil. Twan vermoedt dat hij niet rouwig is om Miets vertrek.
Zij huilt bittere tranen.