dinsdag 29 mei 2012

Taalcuriosa

Geheel naar waarheid

foto ferrara

vrijdag 25 mei 2012

De Spijspot

De schrijfveer van vandaag is een lastige, maar de uitdaging wil ook wat.
Mijn eerste reactie was het tafelgebed uit mijn kindertijd: “Heere zegen deze spijzen, amen.”
Ergens op weg in mijn leven ben ik bidden voor en na het eten kwijtgeraakt.
In de opleiding voor verpleegkundige ging dat zelfs collectief met Bijbellezing van de directrice.
Gek dat die herinnering nu opduikt, blijkbaar totaal ondergeschoffeld in mijn brein.

Mijn tweede reactie was: “Zolang de lepel in de brijpot staat.” Maar dat is toch iets anders dan een spijspot, vermoed ik.

Je kunt ook te lang bij moeder’s pappot blijven, in Italië vooral bij jonge mannen erg in trek.
Een pappot is waarschijnlijk hetzelfde als een brijpot.

Als vrijwilliger bij de archeologische dienst hielp ik met opgraven van beerputten. We schoven en puzzelden met scherven om die vervolgens weer tot een geheel te kunnen lijmen.
Heel wat potten zijn er, al of niet compleet, door mijn handen gegaan. Maar waren dat spijspotten?
Veel van het aardewerk bleek inderdaad kookgerei te zijn, maar pispotten of onderdelen daarvan vonden we ook bij de vleet.

Op Google komt er een diversiteit aan spijspotten voorbij en ja ze hebben allemaal met eten of drinken te maken. Er zijn zelfs beschrijvingen van spijspotten die gebruikt werden om de Goden tevreden te stellen en ook vind je plaatjes van heksen die in de potten staan te roeren.
Verder speurend kom ik bij de I Tjing, orakelkaarten en hexagrammen, een wereld die mij totaal niet aanspreekt. De spijspot is hexagram 50 en zegt het volgende: “Het succes dat dit hexagram belooft, ligt op een hoger niveau. Het heeft te maken met je geestelijke waarden. Dit hexagram zegt ook dat de vooruitgang die je nu boekt, gewoon de beloning is van het feit dat je integer en ernstig te werk bent gegaan.”
Nu maar hopen dat Hella deze schrijfveer positief wil zegenen.

dinsdag 22 mei 2012

De innerlijke stem

In de stad ziet Karel zijn kroegmaat Joop van verre aankomen.
“Duik die steeg in”, zegt zijn innerlijke stem.
“Laat het niet op een ontmoeting aankomen, voor je het weet zit je aan een biertje en dan is het hek van de dam.”
“Zeur niet”, denkt Karel. “Ik kan Joop wel weerstaan, ik maak een praatje en loop door.”
“Doe nou niet, je krijgt er spijt van.” Maar het is al te laat.
“Ha, die Karel, lang niet gezien zeg, ben je lid geworden van de blauwe knoop”, grapt Joop, die naar alcohol ruikt.
“Je zit er niet ver naast, ik sta inderdaad al drie weken droog.”
“Goed zo”, zegt de innerlijke stem. “Vertel maar gewoon de waarheid, dat wordt gewaardeerd.”
“Ha, ha, die Karel, altijd in voor een grap, staat al drie weken droog, dat gelooft geen hond.”
“Toch is het de waarheid, Joop, het kost moeite, maar tot nu toe gaat het goed.”
“Kom op man, neem een biertje van me, daar op het terras.”
“Als je het niet erg vindt loop ik liever door, dat is echt beter voor me.”
“Volhouden”, zegt de innerlijke stem. “Laat die Joop maar kletsen en zijn eigen lever naar de Filistijnen helpen. Die van jou is bezig zich te herstellen en daar doe je het voor, zei je gisteren nog tegen je therapeut.”
“Hou nou even je mond, denkt Karel, ik kan zonder jou mijn bonen ook wel doppen.”
“Dat denk je, maar ik zie toch hoe je staat te aarzelen, deze ontmoeting heeft al veel te lang geduurd, kijk nou uit, Joop wint het nog.”
“Nou wat wordt het, een Vaasje of een Palmpje, ook lekker, ik trakteer”, zegt Joop die aan een consumptie toe is.
“Niet doen, niet doen”, toetert de innerlijke stem. Karel negeert zijn geweten en besluit dat eentje geen kwaad kan.
Als Joop de bestelling wil plaatsen bij de ober zegt Karel. “Voor mij graag een ijsthee.”

zondag 20 mei 2012

Onafhankelijkheid

“Je leert hoe dan ook een vak”, zei mijn moeder toen ik het Ulodiploma op zak had en absoluut niet wist wat ik verder wilde. Studeren was in die tijd niet aan de orde en het is ook maar de vraag of ik dat had gekund met de eisen van toen.
Onafhankelijkheid stond hoog in moeder’s vaandel en dat was er niet zomaar ingekomen. Uit een generatie dat de oudste uit het gezin van vijf niet hoefde door te leren, maar thuis ging helpen, was ze door schade en schande wijs geworden. Oh zeker ze had wel haar papieren voor coupeuse gehaald, maar wat was ze graag naar de ULO gegaan, zoals haar broers en later haar jongste zus naar de HBS. Ze kreeg een baantje bij de plaatselijke boekhandel en las alles wat los en vast zat en is dat altijd blijven doen. Ze loste de moeilijkste cryptogrammen op en had gevoel voor taal. Ze trouwde mijn vader en deze liet het gezin in de steek toen ik zeven jaar was. In de jaren vijftig een grote schande.
Daar zat mijn moeder met twee kinderen, alleen een coupeusediploma en geen inkomen. In mijn kinderogen heeft ze het halve dorp van kleding voorzien. Onder het geldgebrek leed ik niet, mijn Opa blijkt veel te hebben opgevangen, maar daar heb je als kind geen weet van. Voor mijn moeder moet dat vreselijk zijn geweest, afhankelijk zijn van je ouders. Uitkeringen, zoals die er nu zijn, bestonden toen niet. Ze heeft mijn broer en mij een groot verantwoordelijksgevoel bijgebracht. Voor mij gold dus: “Je leert een vak en je leert voor jezelf te zorgen.”
Onafhankelijkheid daar draaide het om. Prima hoor, als de prins op het witte paard komt, maar als hij ervandoor galoppeert, moet je je kunnen redden. Ook als die prins niet komt is zelfstandigheid en onafhankelijkheid een groot goed, vond mijn moeder. Ik heb daar, tot op de dag van vandaag, plezier van.

zaterdag 19 mei 2012

Vette Vis

Moeder ving een vette visDe kleine schrokop stikte er bijna in

zaterdag 12 mei 2012

De Ander

De beide dames zitten in de hal van het verzorgingshuis en bekijken de wereld die aan hen voorbij trekt.
“Kijk”, zegt de een tegen de ander. “Die gaat ook steeds slechter lopen.” Ze wijst naar een medebewoonster die uit de lift komt.
“Ja”, zegt de ander. “Ze zou een rollator moeten aanvragen, maar daar is ze te trots voor.
Heb je de schoenen gezien, geen wonder dat het lopen zo beroerd gaat. Die hakken zijn toch veel te hoog voor een mens op die leeftijd. Ze zou beter degelijke veterschoenen kunnen dragen.”
Ze kijken de mevrouw in kwestie misprijzend na.

Opnieuw gaat de liftdeur open en een volgend slachtoffer komt in het blikveld van de dames.
“Die woont hier tijdelijk, ze is ziek geweest en kan nog niet goed voor zichzelf zorgen. Ik heb gehoord dat ze geestelijk niet meer helemaal goed is. Alle kans dat ze hier moet blijven wonen.”
“Nou dat zal nog tegenvallen, ik weet waar ze woont. Mooi huisje aan een van de grachten. Haar man was directeur van een meubelfabriek, geld zat. Maar ja daar heb je weinig aan als je in de war raakt.”

“Heb je gehoord dat Piet Vermeer is overleden. Degene die op zijn kamer komt te wonen heeft geluk.
Piet woonde op de vijfde verdieping op de hoek. Je hebt daar prachtig uitzicht over de straat.”
“Dat mag dan een mooie plek zijn, maar je zit wel overal ver vandaan. Voor je beneden bent met de lift, ben je bijna een halve dag verder. Zo ideaal is dat niet.”

“Ga jij morgen nog naar de servicedienst in de grote zaal? Ze komen de gehoortoestellen testen en schoonmaken.”
“Dan moet ik mijn dochter vragen of ze geld haalt. Ik heb niet voldoende pegels in de knip.”
“Het is gratis, tenminste als je toestel van “Beter Horen” komt.”
“Ik zou het niet weten, ik doe wel alsof het bij hun vandaan komt, zeg ik gewoon dat ik de papieren niet meer heb.”
Een poosje zwijgend, speuren ze de hal af of er nog meer commentaar valt te geven.

“Er is vanmiddag bingo, ga je daar naartoe?" “Denk het wel, ik wil wel weer eens wat winnen. En ook belangrijk, lekker een advocaatje met slagroom.”
“Ik hoop niet dat zij van Maatman de nummers opleest, die gaat zo snel. Ik kan dat niet meer bijhouden.”
“Kom dan bij mij zitten, ik help je wel. Ik kan nog met gemak twee plankjes overzien.”
“Kom we gaan naar de grote zaal, koffiedrinken. Horen we meteen wanneer Piet wordt begraven.”

donderdag 10 mei 2012

Een geheugen van steen

Het kleine tegeltje met mijn lijfspreuk:
“Wie sturen kan, zeilt bij elke wind” hangt op ooghoogte in de kast.
Het gaat al jaren met me mee en heeft diverse plekken gekend.
Op het toilet, naast mijn bed, in mijn kantoor op het werk.
Na de laatste verhuizing belandde het in een doosje waar ik het zorgvuldig bewaarde.
Wegdoen kwam niet in me op.
Sinds ik een eigen vertrekje heb met een kastenwand en ruime plank om aan te werken hangt het tegeltje weer op een vaste plek.
Niet dat ik er de dag mee begin, maar soms zijn er omstandigheden dat een geheugensteuntje nodig is. Als je even niet weet hoe te handelen of als situaties moeilijker zijn dan je zou willen.
Ja, dan kijk ik even en meestal helpt het.
Zelfs als het windstil is.

zondag 6 mei 2012

Onder het zand

Rioolwerkzaamheden, behalve de twee mannen,
verdwijnt dit allemaal onder het zand.

Te klein voor tafellaken, te groot voor servet

Een sloep meert af langs het terras. De opvarenden, Pa voorop, gaan op zoek naar een geschikte plek. Ze kiezen voor de tafel waar ook de loungebank staat waar ik zicht op heb.
Ma en de puberdochter zijn luchtig gekleed in een witte jurk met spaghettibandjes, de jongste telg, een meisje van een jaar of zeven, draagt dezelfde outfit, maar met T-shirt.
Het zoontje, van ongeveer tien, is duidelijk onder de indruk van het vriendje van de dochter.
Pa bestelt voor hem en zijn vrouw een fles rosé, twee cola voor broer en zus, het vriendje krijgt een biertje en de benjamin is goed voor een flesje fristi.
Moeder en dochter raken druk in gesprek en de heren vermaken zich met de mobiele telefoon.
De beide jongens zijn al snel verdiept in een spelletje dat ze samen kunnen spelen. Pa voert een gesprek met een golfvriend.
De kleine meid verveelt zich behoorlijk. Niemand in het gezelschap bemoeit zich met haar.
Je ziet haar denken: “Zat ik maar thuis met mijn Barbie poppen.”
Ze bekijkt haar moeder en zus aandachtig en heel voorzichtig komt er beweging in het meisje.
Met trage kleine bewegingen wurmt ze haar T-shirt onder het jurkje vandaan en frommelt het kledingstuk achter haar rug.
De volwassen houding die ze vervolgens probeert aan te nemen mislukt totaal. Er is nog niets om vooruit te steken en die blote schouders bevallen haar ook niet. Ze maakt zich steeds kleiner en vouwt de armen stijf voor haar bovenlijfje. Uiteindelijk besluit ze het T-shirt weer aan te doen. Dat bevalt haar toch beter, ze groeit weer een beetje.
De familie, druk met zichzelf, heeft van dit alles niets gemerkt.

Ze vraagt of ze een ijsje mag halen bij de salon om de hoek?
Opgelucht huppelt ze uit beeld.

dinsdag 1 mei 2012

Idealen

Mevrouw Poelstra wandelt binnen voor haar dagelijkse praatje.
“Dag zuster zit je lekker in je kantoortje?”
“Bijna elke dag toch?”
“Ja, dat weet ik wel, ik kom hier wel vaker.”
“Gaat het goed met u mevrouw Poelstra?”
“Nee, ik ben ontevreden. Vanmorgen werd ik geholpen door een zuster en die gaf me een grote mond. Ik laat me niet de les lezen door zo’n leidster wat denkt ze wel. Ik ga straks naar mijn moeder, die woont in Purmerend, dan zal ik zeggen dat ik wil verhuizen. Dat zal ze wel niet goed vinden, maar ik doe het toch. Trouwens ik vind dat mijn moeder onderhand ook naar een verzorgingshuis moet. Dat wil ze niet, maar ze is er wel aan toe.”
“Waar woont u nu mevrouw Poelstra?”
“Hier op de gang dat weet je toch zuster.”
“Jawel, maar wat is dit voor een gebouw?”
“Een verzorgingshuis toch?”
“Ja, precies en als u in een dergelijk huis woont, zou het dan kunnen dat uw moeder daar ook gaat wonen?”
“Ja, hoor want ik kwam hier al wonen toen ik 51 was”
“Dat is wel jong mevrouw Poelstra.”
“Ja, maar toen kon dat nog.”
“En hoe oud bent u nu als ik vragen mag?”
“Ze hebben me ingeschat op 91 en mijn moeder leeft nog, ze vertellen me allemaal dat dat niet kan als ik zeg dat ik 91 jaar ben. Ik word een dagje ouder merk ik, soms weet ik het allemaal niet zo goed meer. Dat ga jij ook nog wel krijgen. Maar kom ik ga verder. Ik moet naar Purmerend, naar mijn moeder, ik ga zeggen dat ik wil verhuizen dat vindt ze natuurlijk niet goed, maar ik wil het toch. Dag zuster leuk je weer eens te hebben gesproken.”
“Dag mevrouw Poelstra, het beste met uw moeder.”