zondag 29 april 2012

Taalcuriosa

Baarnfoto ferrara

vrijdag 20 april 2012

Rommelmarkt

Op tweede Paasdag is door het buurtcomité in onze straat de jaarlijkse rommelmarkt georganiseerd. Om het geheel iets feestelijks te geven zijn er plastic vlaggetjes gespannen. Ze wapperen er lustig op los want er staat een stevige wind.
Zolders en schuurtjes zijn leeggehaald om weer zolders en schuurtjes te vullen.
Bij gebrek aan een zolder en rommel is het voor ons zinloos aan de markt mee te doen.
Vanaf mijn plekje achter de vitrage aanschouw ik het gebeuren voor onze deur.
Er schijnt een compleet rommelmarktencircuit te zijn. De handelaren lezen in de buurtkrantjes van een markt en schrijven zich in.
Het hondje, dat noodgedwongen mee moet, is aan een boom vastgezet. Het beest verveelt zich uitbundig. Baasje brengt haar handel luidruchtig aan de man: “Alles op dit kleed twee euro, uitzoeken maar.”  Ik zal haar lokroep gedurende de komende uren regelmatig horen, maar geef er geen gehoor aan. De snuisterijen vallen allemaal in de categorie zware kitsch en de kleding ligt op een onoverzichtelijke berg. Juist die berg heeft op veel marktgangers aantrekkingskracht.
Vestjes worden opgehouden en kritisch bekeken. Geen gaten, alle knopen nog aanwezig, nee toch maar niet. De witte blouse, van doorzichtige stof met een kanten ruche, wordt door menig vrouwelijke klant gewikt en gewogen en weer op de stapel gelegd. Te klein voor de meesten. Ik moet er niet aan denken, uit een dergelijke berg kleding, iets van mijn gading te vissen. Verderop in de straat heeft een buurvrouw de moeite genomen de kleding op een rek te hangen, dat oogt al een stuk beter.

Ik verbaas me over de verscheidenheid aan kleurige plastic - en kunststof draagtassen.
Heel de commerciële wereld trekt voorbij op deze dag. En dan praat ik niet eens over onze, minstens zo, kleurrijk gehoofddoekte bevolking. Ook het rokend deel van de natie is sterk vertegenwoordigd.
Tegen tweeën begint iedereen de overgebleven handel in te pakken en luwt het bezoekersaantal. Tegenwoordig kan bijna iedereen buienradar raadplegen en dus ben je in staat je handel droog in te pakken. Voor de bui losbarst ben je op weg naar huis.
Om drie uur is de straat leeg. We zetten onze auto’s weer voor onze eigen deur en dat was dat.
Alleen de vlaggetjes knisperen nog na in wind en regen.

dinsdag 17 april 2012

Groei

“Wat is er met jou aan de hand?” vraagt de uitbundig bloeiende Forsythia aan de Ligusterheg.
“Mijn groei stagneert, na de vorstaanval van februari, ben ik weer geheel bij af en moet opnieuw beginnen met knoppen maken. Dat kost veel energie, dus dit jaar zal ik wel een mager jaar beleven.”
“Dat komt goed uit, want dan krijg ik mooi de kans vanuit de buurtuin onder jou door te woekeren”, mengt Zevenblad zich in het gesprek.
“Dat kon nog wel eens tegenvallen, want de vrouw kan er nu wel makkelijk bij om jou te lijf te gaan zodra je verse groene blaadjes verschijnen. Het schijnt dat jouw wortels daar op den duur niet tegen kunnen.”
“Ha, dat zullen we nog zien. Ik heb, wat woekeren betreft, een reputatie op te houden.”
“Hé daar”, roept de Morel. “Als je maar aan die kant van de tuin blijft. Ik begin na de renovatie van de border juist weer zin in mijn bestaan te krijgen. Een nieuwe plek, verse grond en mest en man want snoeide die hovenier lekker. Net wat ik nodig had.”
“Ja, heerlijk, ik heb ook genoten van het snoeimes, kijk hoe ik groei. Het is lang geleden dat ik er zo kwiek uitzag”. zegt de Muurhortensia.
“Joehoe”, roept de Braam vanachter uit de tuin. “Hebben jullie wel gezien dat ik nieuwe blaadjes krijg, ondanks het feit dat ik dagen zonder grond heb gezeten en in een bak met water stond. Ik ben zo blij dat ik weer op mijn vertrouwde plekje sta. Ik ga dit jaar extra mijn best doen om de bramen te laten groeien.”
“Tjonge”, zegt Helleborus. “Wat zijn die oudgedienden trots op zichzelf. Die vergeten dat ik hier als nieuweling wel voor de eerste bloei heb gezorgd toen de winter voorbij was. Niks last van vorstaanval.
Voor mij zit het er bijna op. Ik ga een rustige zomer tegemoet, jullie doen je best maar.”
“Ik zou willen dat het warmer wordt, voor mij is zo’n kil voorjaar dodelijk”, piept het iele Anemoontje.
“Daarbij moet ik nog wennen aan deze tuin. Naast die knalgele soortgenoot die elke dag meer uitgroeit kom ik niet echt tot mijn recht. Jullie roemen die hovenier, maar ik vind dat hij mij wel een chiquer plaatsje had kunnen geven.”
“Nou zeg, jij durft, ben ik niet chique genoeg om naast te staan. Oppassen wat je zegt want voor je het weet groei ik jou in de verdrukking.”
“Is het nu klaar met dat gehakketak’, zegt de Roos. “We staan hier om de boel op te vrolijken en voor mij duurt het nog wel even voor ik mijn pracht kan tonen. Zo hebben ze dat gewild, die tuinbezitters. Elk jaargetijde groei en bloei. En dan moeten de bakken nog gevuld worden. Het wachten is op IJsheiligen. Voor die tijd kunnen die eenjarige tutplantjes niet naar buiten. Nee, dan zijn wij met z’n allen toch van een sterker geslacht. Wij staan de komende jaren nog wel in deze tuin dus sluit nou maar vrede met elkaar, daar groei je van.”

zaterdag 14 april 2012

Op weg naar de zevende hemel

“Dag God, hoe lang moet ik reizen voordat ik in de hemel ben?”
“Dat hangt ervan af naar welke hemel je wilt”.
“Zijn er meer dan?’
“Jazeker, er zijn er zeven”.
“Oh, en zijn ze allemaal verschillend?”
“Ja, want anders hadden we aan één hemel wel genoeg. Er zijn er zeven omdat de mensen niet kunnen kiezen. Ik zal het je uitleggen.”
“De eerste hemel is klein, je zit daar wat dicht op elkaar, de mensen die er blijven houden van gezelligheid, zijn snel tevreden en al op leeftijd.
De tweede hemel is wat groter en heeft een tuin, daar vertoeven de mensen die van bloemen en omgewoelde aarde houden.
De derde hemel heeft ook nog een moestuin, uitstekend geschikt voor liefhebbers van biologisch voedsel.
De vierde gaat al wat meer op een dorp lijken met kleine winkels en de leveranciers aan huis, daar blijven veel mensen van het platte land achter.
De vijfde hemel is in bezit van een theater en een bibliotheek, de culturele hemel, je treft er schrijvers en lezers, de intelligentsia zal ik maar zeggen
In de zesde hemel gaat het er vrolijk aan toe. Er zijn restaurants en een muziekhal waar we festivals organiseren. Er is een kleine wietplantage. Je zult begrijpen dat daar de muzikanten en hun aanhang eindigen.
Ja, en de zevende hemel heeft bijna alles wat je op aarde ook zult vinden. Die is het meest in trek. Alleen zijn er in de zevende hemel geen oorlogen en godsdiensttwisten.”
“Wat zeg je, ga je terug, je kunt je keus nog niet maken? Ja, dat kan. Wel opschieten want de laatste engel vertrekt zometeen. Goeie reis en tot ziens dan maar.”


Een oude schrijfveer, geplaatst naar aanleiding van Adriaan's reactie  "Op het dak klimmen"

donderdag 12 april 2012

Een hoek van twee muren

Portugal Evora
Klooster
Igréja de São

foto ferrara

Op het dak klimmen

Portugal staat vol oude burchten, kerken en kathedralen.
Veel van dat moois ligt hoog tegen een heuvel of bergwand geplakt. Sommige bouwsels zijn eeuwen geleden met vereende krachten op de top tot stand gekomen.
Tijdens onze reis door Portugal, in de comfortabele huurauto, kronkelend naar boven, hangend in de haarspeldbochten met daarna steeds weidser uitzicht, vraag je je regelmatig af hoe de bouwers dat indertijd voor elkaar hebben gekregen. Eenmaal boven, binnen de muren van een vesting of oog in oog met een kerkportaal, heb je vaak de gelegenheid nog hoger te klimmen om op het dak uit te kijken over de omgeving.
Niet alleen het uitzicht is de moeite waard ook de torentjes en versierselen, die onderweg op zo’n tocht naar boven je pad kruisen, doen je versteld staan van de bouwkunst in ver voorbije eeuwen.
In Viana do Alentejo is na jaren restaureren de burcht en de kerk binnen deze muren weer te bezichtigen. Dit is wat ik zag op mijn klim naar het dak.



foto ferrara