vrijdag 1 augustus 2014

Sportclubs

Sportclubs, ik moet er niet aan denken. Van kindsbeen af houd ik niet van gezamenlijk sporten. Vroeger op school had ik al de pest aan teamsporten. De competitie, het afdekken, het rennen, de bal over een net smashen, homeruns maken, ik vond het allemaal niks en stelde me verre van fanatiek op. Het gevolg was dat ik altijd als laatste werd gekozen bij het samenstellen van de teams, want met mij in je team had je dik kans op verlies.
Lid worden van een sportclub kwam in mijn gedachten dan ook niet op.
Voer voor psychologen?  Zal best, maar ik heb er niet onder geleden en voor mijn ontwikkeling is het geen ramp gebleken. In mijn opleidingen en werksituaties heb ik altijd te horen gekregen dat ik aangenaam gezelschap was in groepsverband.
Ach, ik heb nog eens een tijdje regelmatig op de tribune gezeten bij basketbalwedstrijden, je doet wat met een verliefd hoofd.
Nee, leg mij in een zwembad, bind me ski’s onder of zet me op een paard, ik ga ervoor. Hoewel, dat laatste is niet helemaal waar, skiën en paardrijden zijn helaas verleden tijd.
Voor mijn fysiek is zwemmen de ultieme sport. Al moet ik eerlijk bekennen dat het gehannes in zo’n te krap badhokje een pracht excuus is om niet te water te gaan.
Ook op mijn ouwe dag ben ik, wat betreft sporten, nog steeds niet fanatiek.  
Sterker nog, ik ben een luilak.
Mijn infrarood sauna valt vast niet in de categorie sport. Die is voor het welbevinden, daarnaast doe ik keurig iedere dag mijn oefeningen voor spieren en gewrichten.
Nee, niet in de sportschool. Ik voel me goed, dank u.

foto internet

woensdag 30 juli 2014

Groot Gezin

 ‘Ach mevrouw, weet u wat het is, ik kom uit een gezin met tien kinderen.
Mijn jongste broer en zus, ik weet dat ik ze heb, maar echt contact is er niet.
Ze zijn geboren toen ik al lang de deur uit was, dan zegt je dat niet zoveel.
Mijn moeder wel, die weet dat ze tien kinderen heeft gekregen.
Mijn vader is 87 en woont in een verzorgingshuis, hij herkent mijn moeder en ons niet meer.
Maar, we zorgen met zijn allen goed voor hem. We storten geld als er iets nodig is en mijn oudste broer, die ook een stomerij heeft, zorgt voor alle kleding. U weet zelf hoe dat soms gaat in een verzorgingshuis, kleding vuil en stuk, nee dat zal ons met vader niet gebeuren.
Mijn vader zit er altijd keurig bij.’

Mijn gesprekspartner en ik kennen elkaar uit de tijd dat ik de kleding van wijlen schoonmoeder regelmatig ter stomen aanbood. Ik ben klant bij hem gebleven, omdat hij uitstekend werk levert. Ik zie hem niet meer zo vaak. Zijn enige dochter neemt op den duur de zaak over en is al volop in bedrijf. Vandaag handelt vader zelf de zaken af en hij blijkt nog altijd de man die, niet alleen de kleding over de toonbank schuift, ook graag een praatje met de klant maakt. Ik heb in de loop der jaren heel wat wel en wee vernomen. Variërend van rugklachten tot aanschaf van nieuwe machines en de daarbij behorende milieu-eisen. Ik bracht het zelfs tot een rondleiding in zijn bedrijf.

Als een nieuwe klant binnenkomt, rondt hij het gesprek af en onder wensen voor een prettige dag, verlegt hij zijn aandacht naar de strak in het pak gestoken jonge man, die waarschijnlijk een nog strakker pak komt halen.
Niet het type dat tijd heeft voor een praatje over een groot gezin, sterker nog, helemaal geen tijd heeft voor een praatje. Als ik op de fiets stap is de klant in kwestie, met schone spullen over zijn arm, al op weg naar zijn auto.

Voorlopig zie ik er ook weer keurig uit.

dinsdag 29 juli 2014

Tegenstelling

Heet-Koud
Gevelsteen in Harlingen
foto ferrara

maandag 28 juli 2014

Buurtonderzoek

Paulientje, ons zesjarige overbuurvrouwtje, staat op de stoep.
Druk pratend met haar vriendje heeft ze al twee keer driftig op de bel gedrukt.
Maar de buurvrouw op leeftijd, in de ogen van Paulientje een Oma, zit in haar schrijfkamertje boven het portiek en komt niet meer in galop de trap af.  
Als ik opendoe houdt ze een bosje sleutels omhoog.
‘Is dit misschien van jullie, het lag onder mamma’s auto. Kijk, ik denk dat deze van een oud schuurtje is, ze wijst op een door roest aangetaste sleutel, dat kleintje van een postbus en die grote van de voordeur.’
Er komt heel wat kennis uit haar kleine mondje. Mogelijk praat ze haar moeder na, die waarschijnlijk de grenzen van het operatiegebied heeft aangegeven en vanaf een afstandje de gang van dochterlief in de gaten houdt.
'Nee', zeg ik. 'Wij missen geen sleutels, maar lief dat je het komt vragen.'
‘Nou dan ga ik bij de andere buren aanbellen.’
Parmantig zet het speurneusje, met vriendje in haar kielzog, het buurtonderzoek voort.
Ik vrees dat Paulientje niet slaagt in haar missie de sleutels op het juiste adres af te leveren.
Vanwege een klein winkelcentrum om de hoek, wordt in onze straat dagelijks kort geparkeerd door niet buurtbewoners.
Voordat de overburen de sleutels naar het politiebureau hebben gebracht, heeft iemand in de regio vast al het slot van het oude schuurtje en de voordeur laten vervangen. 

vrijdag 25 juli 2014

Miet en Griet (10) slot

Bestemming bereikt?

Freek, niet vies van een relletje, stookt het smeulende vuurtje tussen de zussen nog een beetje op.
‘Wat is daar mis mee? Het is het grootste festival in Europa en zet de Achterhoek flink op de kaart. Gasten komen van heinde en verre en hebben het weekend van hun leven. Er is voor elk wat wils.’

‘Mijn zus hier, zeurt al maanden over dat evenement en heeft alle slinkse wegen bewandeld om ons hier te krijgen. Ik hou er niet van, het is mijn stijl niet, maar Miet moest en zou het een keer meemaken. Ze denkt dat ik niet weet wat dat festival inhoudt. Miet was heus niet de enige meegluurder op het toetsenbord van Jan de Kwaker, onze huisbaas in Egmond.
Ik heb genoeg gezien op de website en heb er totaal gen zin in, het is mij allemaal te wild. Van sommige filmpjes kwam me het schaamrood op de kaken. En dan moet ik ook nog geloven in de slogan ‘Alles kump goed’ Nou voor mij gaat dat hier op de zandweg mooi niet op. Van je familie moet je het hebben. En dan blijkt nu dat een familielid ook nog eens op dat terrein werkt. Voor de zoveelste keer heeft Miet wind op haar molentje. Ik trek bij haar, wat reizen betreft, altijd aan het kortste eind.’

‘Wat houdt jullie dan samen?’, wil Freek weten.
‘Mijn depressies, ik kan niet zonder haar zorg als ik in een depressie schiet. Ik moet eerlijk bekennen dat ze me nog nooit in de steek heeft gelaten. Van ons twee ben ik de meest sombere. Miet ziet overal de lol van in en vindt bij elke tegenslag wel een oplossing, daar drijf ik op. Dus ik moet wel mee naar dat rotfestival. Opstijgen maar.’

Freek scheert over het festivalterrein. Zelfs Miet schrikt van de oppervlakte.
Overal heerst bedrijvigheid, de voorbereiding en opbouw is in volle gang. Grote trucs met materiaal rijden af en aan. Voor een zandvlo is het hier bepaald niet veilig. Voor je het weet ben je onder de voet gelopen en dan moet het echte feest nog beginnen. Nu maar hopen dat ze een beschermd onderkomen bij Bertus kunnen vinden, die overleeft hier tenslotte ieder jaar.

Als Freek zijn vrachtje bij Bertus aflevert, is deze in eerste instantie niet blij met wat hij ziet. Komt dat even slecht uit. Wat moet hij, in deze drukke periode, met die twee blokjes aan zijn pootjes.
Maar de Achterhoekse gastvrijheid neemt al snel voorrang en hij biedt zijn nichten onderdak naast het vlooiencircus. Daar wonen ook zijn Italiaanse maten Luigi en Césare, die bedreven zijn in de steile wandrace. Dit jaar de primeur in het circus. Bertus rekent dan ook op veel bezoekers. Eigenlijk kan hij wel wat hulp gebruiken. Bertus zelf doet een optreden á la Hans Klok en daar zou Miet mooi bij kunnen assisteren. Vanavond de stemming maar eens peilen of de dames bereid zijn de pootjes uit hun schildjes te steken. Van Miet verwacht hij enthousiaste deelname, van Griet is hij niet zeker, maar misschien kan ze de kaartverkoop voor haar rekening nemen. En zo gebeurt het dat eind van de week Griet in een hokje bij de ingang van het circus zit. Miet heeft zich, met succes, toegelegd op de werkzaamheden van Pamela Anderson en zal in een roze glimpakje naast Bertus optreden. Het is niet helemaal wat ze zich had voorgesteld van dit festival, maar Luigi heeft beloofd dat hij haar tussen de bedrijven door zal meenemen naar verschillende activiteiten. Aardige zandvlo, die Luigi, ze mag hem wel. Wat kan het haar schelen dat Griet hem een charmeur vindt.
Miet komt hier voor haar plezier en gaat samen met Luigi de Zwarte Cross beleven. Onbezorgdheid is troef de komende drie dagen, daarna ziet ze wel weer.
Aan Griet achter haar kassa heeft ze even geen boodschap.

Freek koopt in de voorverkoop een kaartje bij Griet, die het allemaal met zorg aanziet.
Ook nu kan de ekster niet laten, de boel een beetje op te stoken.
‘Ik geloof dat die zus van je het wel naar de zin heeft. Laat zich prettig inpakken door die Italiaan, daar ben jij vast niet blij mee. Kan ik me voorstellen, het is een gladde jongen, dat Miet dat niet ziet. Maar wees gerust, hij reist door naar Zweden en daar ruilt hij Miet zo in voor een Agneta. Jammer voor haar, maar zo gaat dat met die festivalgangers. Ze vinden overal vlooien om avontuur mee te beleven. Trouw komt in hun woordenboek niet voor’

‘Uit dat soort hout is Miet niet gesneden, die weet heus wel wat ze doet. Natuurlijk ben ik er niet blij mee, maar ik gun haar wel een beetje vertier, zelfs met een Italiaan.’

‘Ik hoor het al jij kent Luigi niet, maar denk gerust wat je wil.
Als dit feest achter de rug is en jullie willen terug naar Egmond, zeg het me dan. Ik organiseer graag een estafettevlucht voor je. Ik ken eksters genoeg die wel van een uitstapje houden.
Neem van mij aan: ‘Alles kump goed.’

dinsdag 22 juli 2014

Tegenstelling

Voor-Achter
Edam
foto ferrara

maandag 21 juli 2014

Miet en Griet (9)

Miet en Griet bijten in het stof.


Josje en Wim hebben de caravan geladen, de fietsen staan achterop, iedereen is uitgezwaaid, hun reis kan beginnen. Ze hebben geen weet van de verstekelingen in het vloerkleed, dat nog voldoende zand in zich heeft van de vorige trip om zandvlooien een prettig verblijf te bezorgen.
Onder het bed, achter het serviceluik, reizen Miet en Griet een onbekende bestemming tegemoet. Uitzicht hebben ze niet, behalve het asfalt dat ze via het luchtroostertje onder zich voorbij zien trekken. Griet wordt al gauw wagenziek van de voorbijflitsende witte lijnen en besluit, diep weggestopt in het vloerkleed, haar lot af te wachten.
Amper op weg en nu al spijt dat ze haar pootje niet heeft strak gehouden. Ze had gewoon voor de tweede keer naar de kaasmarkt moeten gaan. Die dekselse Miet weet het altijd weer te versieren haar tot slachtoffer te maken.

De reis eindigt in Bathmen op de rand van Salland en de Achterhoek.
Als de luifel is uitgedraaid besluiten Josje en Wim het vloerkleed niet uit te rollen. Het is mooi weer en het veldje op de camping is goed verzorgd. Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan. Bij Griet slaat de paniek toe. Zij ziet zichzelf de rest van de reis achter het serviceluik opgesloten. Miet wijst haar op het luchtrooster in de vloer, betere in- en uitgang kan een zandvlo zich niet wensen. Zij maakt er meteen gebruik van en nestelt zich naast de fietsen die klaar staan voor gebruik. Griet volgt en komt al snel tot de conclusie dat het zand in dit deel van het land droger is dan het strand bij Egmond en als ze eerlijk moet zijn vindt ze dat niet onaangenaam. Nog even en ze raakt enthousiast.

De zusters maken, onder de bel van Josje haar fiets, menig trip. Ze zien de tv-toren bij Markelo, bezoeken de sterrenwacht in Nijverdal en maken een stadswandeling in Deventer.
Op een dag rijden ze eerst een stuk met de auto om vervolgens een fietstocht te maken over smalle fietspaden langs zandwegen met mul zand.
De vlooien genieten van de zon op en een windje onder hun schildjes. Er gaat iets mis als Josje uitwijkt naar het mulle zandpad voor een tegenligger. Het stuur slaat om en Josje belandt onder de fiets op haar rug in het zand. Ook Miet en Griet bijten in het stof, maar die zijn het gewend.Terwijl Wim zijn vrouw van de fiets bevrijdt horen ze haar kreunen:
‘Foute boel Wim, ik denk dat er een rib gekneusd is.’
Miet begrijpt meteen dat er een einde aan de fietstochten is gekomen.
Uitgerekend vandaag heeft ze op de routeborden gelezen dat Lichtenvoorde nog maar acht kilometer fietsen is.
Josje staat inmiddels overeind en huilt van pijn. Naar de camping is het enige wat ze wil.
De hersentjes van Miet werken op volle toeren. Terug naar Bathmen met het einddoel onder bereik, dat nooit. Desnoods hipt ze die acht kilometer. Josje stapt voorzichtig op haar fiets en verdwijnt langzaam, met Wim in haar bandenspoor, uit zicht. Ze hebben geen idee dat ze daar een zandvlo mee in de kaart spelen.
Griet kijkt het stel beduusd na. ‘Zielig voor Josje, maar hoe moet het nu met ons, Miet?
Daar liggen we dan op een verlaten landweg en weten hier heg noch steg. We hebben het weer geweldig voor elkaar.’
‘Niks aan de hand, Griet, we zetten koers naar neef Bertus die woont hier in de buurt.’
‘Kilometers hippen naar Lichtenvoorde dat ga ik niet redden, zelfs niet in etappes.’

‘Dat hoeft ook niet, ik breng jullie wel.’
In de berm zit een ekster. ‘Hallo, ik heet Freek. Jullie zijn zeker op weg naar het vlooiencircus van Bertus? Hij heeft dit jaar een act op de Zwarte Cross.’

‘Wat zegt die vogel, ik kan hem slecht verstaan.’
‘Dat komt van zijn Achterhoeks accent, wen er maar aan want dat gaan we de komende tijd dagelijks horen. Freek kent neef Bertus en hij biedt ons een lift aan.
Griet gaat eindelijk een licht op.
‘Neef Bertus, Lichtenvoorde…ik had het kunnen weten. Wij zijn op weg naar de Zwarte Cross.’

Deel 10, slotaflevering is in de maak. Ik ervaar hoe lastig of het is de spanning erin te houden.
Ik heb zelf wel genoeg van het geneuzel van de dames. Spannende motorverhalen zie ik me niet schrijven
In september geboekt voor de schrijfcursus verhalen schrijven, wie weet wat ik daar leer.